Rust in het donker

Het eerste wat me bijstaat van de stroomstoring is niet de duisternis.

Het is de stilte.

Normaal gesproken is een woonzorgcentrum een gebouw vol geluid. Televisies, koffiemachines, liften, computers, automatische deuren en oproepsystemen vormen samen een voortdurend achtergrondkoor. Het zijn geluiden die zo vanzelfsprekend zijn geworden dat je ze nauwelijks nog hoort. Tot ze ineens verdwijnen.

Op een woensdagochtend gebeurde precies dat.

Van het ene op het andere moment viel de stroom uit. Geen zoemende apparatuur meer, geen schermen die oplichtten, geen automatische deuren die open en dicht gingen. Het gebouw leek in één keer een versnelling terug te schakelen.

De aanleiding leek aanvankelijk eenvoudig. Een medewerker van de technische dienst had zojuist een schakelaar vervangen en bood direct zijn excuses aan. Waarschijnlijk was er iets misgegaan. Geen probleem, dacht ik. Een groep uitgeschakeld, groep weer inschakelen en verder.

Maar al snel kwamen er meldingen uit andere delen van het gebouw.

Ook daar was de stroom uitgevallen.

En daar.

En daar.

Het bleek geen lokale storing te zijn. Het hele gebouw zat zonder elektriciteit.

Op dat moment veranderde de aard van de situatie. Als Hoofd BHV wist ik dat het niet langer ging om een technische reparatie. De vraag was niet meer hoe we een schakelaar weer aan kregen. De vraag werd welke gevolgen deze verstoring zou hebben voor ongeveer 150 bewoners, 50 medewerkers en het functioneren van de organisatie als geheel.

Terwijl de technische dienst de installatie onderzocht, werd contact opgenomen met de netbeheerder. Al snel kwam het bericht dat er sprake was van een regionale stroomstoring als gevolg van graafwerkzaamheden.

Dat gaf duidelijkheid.

Tenminste, voor even.

Want vrijwel direct bleek dat het noodaggregaat, dat eerder die dag nog succesvol was getest, niet automatisch was aangeslagen.

Daarmee ontstond een nieuwe werkelijkheid.

Wat werkt er nog? En wat niet?

Welke risico’s ontstaan hierdoor? Waar moeten we onze aandacht als eerste op richten?

Bij stroomuitval worden deuren in vluchtroutes automatisch ontgrendeld. Een logische veiligheidsmaatregel. Tegelijkertijd betekent dat in een woonzorgcentrum dat trappenhuizen toegankelijk worden voor bewoners die misschien nog wel de wens hebben om een trap te gebruiken, maar niet meer de fysieke mogelijkheden.

Medewerkers werden daarom op strategische plekken ingezet om te voorkomen dat er een extra probleem zou ontstaan.

Ondertussen werden afdelingen geïnformeerd. Mensen liepen langs de teams om uitleg te geven over wat er bekend was en wat nog niet.

Rust in het donker

Wat me daarbij opviel, was de rust.

Bij oefeningen zie je soms lacherigheid. Bij een loos alarm reageren mensen weleens nonchalant. Nu gebeurde dat niet. Iedereen leek direct te begrijpen dat dit geen oefening was. Medewerkers deden wat nodig was, namen verantwoordelijkheid en hielpen elkaar waar nodig.

Ook bij de bewoners zag ik iets opmerkelijks.

Terwijl wij bezig waren met risico’s, scenario’s en noodmaatregelen, ging hun leven grotendeels gewoon door. Sommigen sliepen nog. Anderen zaten rustig te lezen of aten hun ontbijt.

Misschien had de stilte daar iets mee te maken.

Zonder televisies, zonder apparaten en zonder de gebruikelijke stroom aan prikkels leek het gebouw bijna terug te keren naar een eenvoudiger ritme. Alsof de techniek, die normaal zo nadrukkelijk aanwezig is, ineens een stap opzij had gezet.

Achteraf vraag ik me af of wij de verstoring soms groter beleefden dan de bewoners zelf. Waar wij vooral zagen wat er niet werkte, ervoeren zij misschien vooral rust.

Communicatie

Intussen werd steeds duidelijker dat de grootste uitdaging niet technisch van aard was.

Het was communicatie.

Mensen wilden weten wat er aan de hand was, hoe lang het zou duren en wat de gevolgen zouden zijn. En eerlijk gezegd wisten wij dat vaak ook niet.

Juist dat bevestigde een les die ik vaker ben tegengekomen.

Mensen verwachten niet altijd antwoorden. ze verwachten eerlijkheid.

Na verloop van tijd vond de technische dienst de oorzaak van het falende aggregaat: een defecte zekering. Niet veel later kwam de noodstroomvoorziening alsnog in bedrijf en brandde de verlichting weer in de gangen.

Dat gaf ruimte om verder vooruit te kijken.

Ik liet controleren welke voorzieningen daadwerkelijk op de noodstroom waren aangesloten. Een echte storing is immers ook een unieke praktijktest.

Daarbij kwamen belangrijke inzichten naar voren. Hoog-laagbedden bleken uitsluitend elektrisch verstelbaar. Op cruciale plekken waren geen stopcontacten beschikbaar voor medische apparatuur zoals zuurstofvoorzieningen.

Zaken die op papier bekend zijn, krijgen een andere betekenis wanneer de werkelijkheid ze op de proef stelt.

Op een gegeven moment stond ik op de tweede verdieping en keek uit over het gebouw.

Dat moment staat me misschien nog wel het meest bij.

Overal waren mensen bezig. De technische dienst werkte aan oplossingen. Medewerkers hielden toezicht. Afdelingen waren geïnformeerd. De zorg ging door.

Er was geen paniek, geen chaos, geen persoonlijk leed.

Alleen een organisatie die zich aanpaste aan omstandigheden die niemand had voorzien.

Ik voelde opluchting.

Maar vooral trots.

Trots op medewerkers die hun verantwoordelijkheid namen zonder dat iemand daarom hoefde te vragen. Trots op bewoners die de situatie accepteerden met een rust die bijna vanzelfsprekend leek. Trots op een organisatie die veerkrachtiger bleek dan welk noodplan ook kan beschrijven.

Toch is het interessant dat ik op dat moment het gevoel had dat alles onder controle was.

Achteraf weet ik dat dat niet zo was.

Ik had geen invloed op de oorzaak van de storing. Niet op de duur ervan. Niet op de werkzaamheden van de netbeheerder.

Controle was er nauwelijks.

Wat er wel was, was overzicht.

En dat blijkt uiteindelijk veel waardevoller.

Later die ochtend sprak ik met de voedingsdienst. Wat was het uiterste moment waarop de warme maaltijd nog op tijd kon worden bereid? En wat zouden we doen als dat moment niet werd gehaald?

We maakten een plan.

Niet omdat het zeker nodig zou zijn. Maar omdat het nodig kón zijn.

Even later arriveerden de monteurs van de netbeheerder. Zij probeerden een tijdelijke verbinding met een ander transformatorstation te realiseren.

Hoe laat denken jullie klaar te zijn?

“Kwart over elf.”

Ik bracht de bestuurder op de hoogte.

Zijn reactie was droog: “Dan mogen ze haast maken. Het is nu 11.13 uur.”

Twee minuten later sprong de verlichting aan.

Computers startten op.

Systemen kwamen weer tot leven.

De storing, die uiteindelijk ruim twee uur had geduurd, was voorbij.

Later dacht ik terug aan het moment waarop ik vanaf de tweede verdieping over het gebouw uitkeek. De stroom was toen nog niet terug. De oorzaak lag buiten onze invloed. Niemand wist precies wanneer het voorbij zou zijn.

En toch was er rust.

Niet omdat alles werkte.

Niet omdat we overal controle over hadden.

Maar omdat mensen deden wat nodig was.

Misschien is dat uiteindelijk de meest betrouwbare noodvoorziening die een organisatie kan hebben.

Vergelijkbare berichten