Tussen de mensen

Leiderschap begint waar de afstand verdwijnt

Sommige lessen over leiderschap leer je niet in een vergaderzaal, tijdens een managementopleiding of uit een boekenkast vol organisatieliteratuur. Soms dienen ze zich onverwacht aan op een plek waar niemand met leiderschap bezig is, maar waar je het wel in zijn meest pure vorm kunt observeren.

Voor mij gebeurde dat in Bosnië, in de zomer van 1996, waar ik als Nederlands militair betrokken was bij de logistieke ondersteuning van een bijzondere tournee, waarbij het Ricciotti‑ensemble met muziek door het land reisde om bij te dragen aan de prille vrede.

In een lokaal weeshuis trad het ensemble op, een Nederlands straatorkest dat bekendstaat om zijn onorthodoxe manier van musiceren. Anders dan traditionele symfonieorkesten bleef het niet veilig op afstand staan. Er was geen podium, geen scheiding tussen muzikanten en publiek, geen formele afstand tussen degenen die speelden en degenen die luisterden. De musici bewogen zich letterlijk tussen de kinderen door. Met violen, trombones, klarinetten en slagwerk liepen ze door de zaal, maakten oogcontact, glimlachten, nodigden uit en trokken de kinderen stap voor stap mee in de muziek.

Wat me achteraf het meest is bijgebleven, was niet de kwaliteit van het concert. Het was de snelheid waarmee de sfeer veranderde. De kinderen begonnen afwachtend en terughoudend — niet vreemd, want het waren kinderen die in hun jonge leven al meer hadden meegemaakt dan veel volwassenen ooit zullen ervaren. Toch duurde het slechts enkele minuten voordat de afstand tussen muzikanten en publiek volledig verdwenen was. Ze begonnen te bewegen, te lachen, te dansen en werden uiteindelijk onderdeel van het optreden zelf.

Pas jaren later begreep ik waarom die herinnering zo hardnekkig bleef hangen. Het ensemble bereikte die verbinding niet doordat de muzikanten beter konden uitleggen wat ze van hun publiek verwachtten. Ze hielden geen toespraak, presenteerden geen visie en deelden geen strategie. Ze stapten simpelweg van hun denkbeeldige podium af en gingen tussen de mensen staan.

Die observatie schuurt met de manier waarop leiderschap in veel organisaties is georganiseerd. We produceren een indrukwekkende hoeveelheid communicatie: beleidsplannen, nieuwsbrieven, bijeenkomsten, presentaties, gesprekken over cultuur en samenwerking. Allemaal met de beste bedoelingen. Toch vraag ik me regelmatig af of we communicatie soms verwarren met verbinding.

De meeste medewerkers weten namelijk allang wat hun functie is. Ze kennen de procedures, de doelstellingen en de verwachtingen. Wat vaak ontbreekt, is niet informatie maar contact. Niet nóg een boodschap vanaf de kansel, maar de ervaring dat degene die leiding geeft daadwerkelijk begrijpt hoe het werk eruitziet, welke dilemma’s er spelen en wat mensen dagelijks bezighoudt.

Misschien is dat ook de reden waarom zoveel communicatie-inspanningen minder effect hebben dan gehoopt. Verbinding ontstaat zelden doordat een boodschap nóg beter wordt geformuleerd. Verbinding ontstaat wanneer mensen voelen dat degene die spreekt werkelijk begrijpt wat er leeft. Dat vraagt meer dan woorden. Het vraagt aanwezigheid.

In mijn eigen loopbaan heb ik regelmatig gezien hoe leiders steeds verder verwijderd raakten van de omgeving waarvoor zij verantwoordelijk waren. Niet uit onwil, maar omdat vergaderingen, rapportages en bestuurlijke verplichtingen steeds meer tijd opslokten. De agenda werd voller, terwijl het contact met de dagelijkse werkelijkheid dunner werd. Tegelijkertijd zag ik dat het vertrouwen van medewerkers vaak groeide zodra leidinggevenden simpelweg vaker op de werkvloer verschenen. Gewoon om te kijken, te luisteren en vragen te stellen.

Dat vraagt overigens meer dan alleen fysieke aanwezigheid. Iedereen kent managers die veel op afdelingen rondlopen maar ondertussen nauwelijks contact maken. Nabijheid is iets anders dan zichtbaarheid. Echte nabijheid ontstaat wanneer mensen ervaren dat hun werkelijkheid wordt gezien en begrepen. Dat vraagt aandacht, nieuwsgierigheid en soms ook de bereidheid om een tijdje niets te zeggen.

Juist dat laatste vinden veel leiders lastig. We voelen ons verantwoordelijk om antwoorden te hebben, richting te geven en besluiten te nemen. Alsof onze toegevoegde waarde vooral zit in wat wij zeggen. Natuurlijk zijn er momenten waarop duidelijkheid en besluitvaardigheid noodzakelijk zijn. Maar invloed ontstaat vaak eerder uit luisteren dan uit spreken. Mensen laten zich niet overtuigen door de hoeveelheid woorden die een leider gebruikt, maar door de mate waarin zijn woorden aansluiten bij wat zij dagelijks ervaren.

Tijdens een grote verstoring merk je dat verschil onmiddellijk. Mensen luisteren dan naar wat er wordt gezegd, maar minstens zo aandachtig kijken ze waar hun leidinggevende staat. Niet zelden zegt die positie meer dan alle woorden die worden uitgesproken. Medewerkers observeren of iemand zichtbaar aanwezig is, of hij overzicht uitstraalt, of hij aanspreekbaar blijft en of zijn gedrag overeenkomt met zijn boodschap. Rust werkt aanstekelijk. Onrust ook. Betrokkenheid laat zich moeilijk delegeren.

Dat is misschien wel de belangrijkste les die ik uit die Bosnische herinnering heb meegenomen. De muzikanten van het Ricciotti‑ensemble kregen hun publiek niet mee door harder te spelen of beter uit te leggen wat de bedoeling was. Ze maakten verbinding doordat ze bereid waren de afstand op te heffen. Ze bleven niet aan de veilige kant van een denkbeeldige scheidslijn staan, maar stapten letterlijk de leefwereld van hun publiek binnen.

Voor leiders geldt uiteindelijk hetzelfde. Natuurlijk zijn visie, strategie en communicatie belangrijk. Maar zij vormen slechts het voertuig. De werkelijke beweging ontstaat wanneer mensen ervaren dat een leider bereid is hun werkelijkheid binnen te stappen. Niet als toeschouwer, niet als controleur en ook niet als iemand die voor elke situatie direct een antwoord paraat heeft, maar als iemand die aanwezig is op de plek waar het werk gebeurt en daar oprechte belangstelling toont voor de mensen die het uitvoeren.

Daarom denk ik dat leiderschap uiteindelijk minder te maken heeft met het podium dan met de ruimte ervoor. De leiders die de meeste invloed hebben, zijn vaak niet degenen die het mooiste verhaal vertellen, maar degenen die de afstand tot hun mensen weten te verkleinen. Niet door hun rol los te laten, maar door die rol dichter bij de dagelijkse werkelijkheid te brengen.

De muziek in dat Bosnische weeshuis was slechts het voertuig. De echte beweging ontstond op het moment dat de afstand verdween.

Misschien geldt voor leiderschap precies hetzelfde. Mensen komen niet in beweging omdat een leider boven hen staat. Ze komen in beweging wanneer ze voelen dat die leider bereid is naast hen te gaan staan — niet om te leiden van afstand, maar om richting te geven vanuit nabijheid.

Vergelijkbare berichten